Ga meteen naar de inhoud
Ga naar het identificatieformulier

Samenvatting van de maatregelen ten gunste van de tewerkstelling van personen met een handicap

Loonschalen voor de tegemoetkomingen op 1 mei 20011 (pdf) (nieuw venster)

Klik hier voor meer informatie over de tegemoetkomingen (IVT en IT) (pdf) (nieuw venster)

De wijzigingen die, als gevolg van de koninklijke besluiten van 19 mei 2006, worden aangebracht in het stelsel van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap (wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap en zijn uitvoeringsbesluiten) hebben twee doelstellingen:

  • Het bevorderen van de tewerkstelling van personen met een handicap via het verhogen van de vrijstelling die wordt verleend op de beroepsinkomsten van de persoon met een handicap in het kader van de berekening van de inkomensvervangende tegemoetkoming.
  • De berekening van de tegemoetkomingen bij het begin en het einde van een beroepsactiviteit sneller doorvoeren, om zo snel mogelijk aan te sluiten bij de economische realiteit waarin de persoon met een handicap zich bevindt en om te vermijden dat er onverschuldigd betaalde bedragen moeten worden teruggevorderd via een procedure die altijd moeilijk ligt voor de betrokkene.

Doelstelling van de hervorming: de tewerkstellingsval in het stelsel van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap ongedaan maken

Tot vandaag worden de beroepsinkomsten van de persoon met een handicap ten belope van 10 % vrijgesteld bij de berekening van de inkomensvervangende tegemoetkoming.

Het overblijvende deel van 90 % wordt dus afgetrokken van het basisbedrag van de tegemoetkoming waarop de persoon met een handicap aanspraak kan maken.

Het lage percentage aan vrijgestelde beroepsinkomsten werd als een tewerkstellingsval beschouwd voor de personen met een handicap die genieten van een inkomensvervangende tegemoetkoming.

De hervorming houdt in dat de huidige vrijstelling van 10 % op de beroepsinkomsten vervangen wordt door de volgende vrijstellingen:

  • 50 % op de beroepsinkomsten tussen 0 EUR en 4.329,61 EUR;
  • 25 % op de beroepsinkomsten tussen 4.329,61 EUR en 6.494,41 EUR;
  • Geen vrijstelling meer boven 6.494,41 EUR.

Tenzij de globale inkomsten van het huishouden op jaarbasis hoger liggen dan een zeker bedrag dat in functie staat van de gezinscategorie waartoe de persoon met een handicap behoort, zullen de inkomsten die de persoon met een handicap haalt uit het aanvatten van een beroepsactiviteit als werknemer of als zelfstandige, een progressieve impact hebben op het recht op de inkomensvervangende tegemoetkoming.

De inkomensvervangende tegemoetkoming zal niet meer worden toegekend indien de persoon met een handicap meer inkomsten uit de beroepsactiviteit heeft dan de bedragen hierna vermeld:

  • Categorie A (samenwonende): 7.507,36 EUR;
  • Categorie B (alleenstaande): 10.011,03 EUR;
  • Categorie C (met persoon ten laste): 12.514,07 EUR.

Het recht op de integratietegemoetkoming blijft in functie staan van beroepsinkomsten die al dan niet 19.935,68 EUR per jaar bedragen.

De helft van het bedrag van de beroepsinkomsten die hoger liggen dan dat drempelbedrag, wordt in mindering gebracht op de integratietegemoetkoming.

Deze maatregel geldt voor aanvragen en nieuwe aanvragen die worden ingediend vanaf 1 juni 2006.

Na een jaar zal er een evaluatie van de hervorming plaatsvinden. De evaluatie zal betrekking hebben op het aantal bijkomende gerechtigden die een beroepsactiviteit uitoefenen.

Een snellere berekening van de tegemoetkomingen in geval van cumulatie met beroepsinkomsten

Tot vandaag werd het recht op de tegemoetkomingen bij het aanvatten van een beroepsactiviteit herzien wanneer volgende voorwaarden waren vervuld:

  • De beroepsactiviteit duurt meer dan drie maanden gedurende een kalenderjaar (al dan niet ononderbroken);
  • De inkomsten van het huishouden verhoogden met 10 % in het lopende kalenderjaar, mede als gevolg van de beroepsactiviteit.

Indien de betrokkene het begin van de beroepsactiviteit meedeelde binnen de 3 maanden die volgden op dat begin, had de ambtshalve herziening nooit een terugwerkend effect en bijgevolg moest de persoon met een handicap geen ten onrechte ontvangen sommen terugbetalen.

Indien de persoon evenwel naliet om de beroepsactiviteit te melden, kon de beslissing tot herziening van het recht op de tegemoetkomingen terugwerkende kracht hebben en werden de ten onrechte ontvangen sommen gerecupereerd.

Met ingang van 1 juli 2006 zal het recht eerder worden herzien (vooraleer het kalenderjaar is verstreken), op voorwaarde dat de persoon met een handicap die de beroepsactiviteit aanvat, over geen belastbaar inkomen beschikt gedurende het tweede en eerste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de beroepsactiviteit aanvangt.

De dienst zal snel over de informatie, nodig voor de herberekening, beschikken dankzij een elektronische gegevensophaling, via de Kruispuntbank, tussen de Directie-generaal Personen met een handicap en de RSZ (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid) of de RSZPPO (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten).

Het systeem Dimona (onmiddellijke aangifte van tewerkstelling) zal een signaal sturen naar de Directie-generaal Personen met een handicap om het begin of einde van een beroepsactiviteit van de uitkeringsgerechtigde mede te delen.

Later zal het systeem DmfA (multifunctionele aangifte) het juiste bedrag van de beroepsinkomsten van de werknemer doorgeven aan de Directie-generaal Personen met een handicap.

De Directie-generaal Personen met een handicap zal bijgevolg in staat zijn om een nieuwe beslissing te nemen binnen de maand die volgt op de ontvangst van voormelde informatie, waarbij de tegemoetkoming wordt herzien in functie van de nieuwe vrijstellingsbedragen.

De nieuwe beslissing heeft uitwerking op de 1ste dag van het 2de trimester dat volgt op het trimester waarbinnen de beroepsactiviteit een aanvang nam.

De twee tegemoetkomingen (IVT en IT) zullen telkens worden herberekend met beroepsinkomsten die volgens een specifieke formule worden vastgesteld:

Werknemer

  • Voltijdse tewerkstelling = loon X aantal dagen tewerkstelling in de week X 52;
  • Deeltijdse tewerkstelling = loon X gemiddeld aantal uren per week X 52
  • Vrijstelling van 13,07 %
  • Vermindering van het aldus bekomen bedrag met de forfaitaire beroepskosten die fiscaal in aanmerking worden genomen voor het jaar -2.

Zelfstandige

  • Verklaring op eer van de bruto-inkomsten omgerekend op jaarbasis, waarop de door betrokkene verklaarde jaarlijkse beroepskosten in mindering worden gebracht.

“Slapende tegemoetkoming” of versnelling van de berekening van de tegemoetkomingen wanneer de persoon met een handicap de beroepsactiviteit heeft stopgezet

Wanneer vandaag een persoon met een handicap zijn werk verliest en langer dan 3 maanden heeft gewerkt, moet die persoon wachten op het verstrijken van het betrokken kalenderjaar om een nieuwe aanvraag in te dienen waarbij rekening kan worden gehouden met de stopzetting van de beroepsactiviteit door vergelijking van de jaren -2/-1.

Het mechanisme van de "slapende tegemoetkoming" zal het mogelijk maken om snel de inkomensvervangende tegemoetkoming van de gerechtigde die geen aanspraak kan maken op werkloosheidsuitkeringen of ziekte-uitkeringen na de periode van tewerkstelling, aan te passen.

Concreet zal de persoon die zijn werk heeft verloren, een nieuwe aanvraag indienen bij het gemeentebestuur. Op dat ogenblik vestigt de persoon met een handicap er de aandacht op dat hij zijn werk heeft verloren en dat hij geen recht heeft op een vervangingsinkomen. Die aanvraag, die via het systeem van Communit-e snel verstuurd en geregistreerd wordt bij de Directie-generaal Personen met een handicap, zal prioritair worden behandeld door de dienst, opdat de persoon met een handicap snel over het recht op de tegemoetkomingen kan beschikken.